Michal Szymanowski, piano. Programma: Rondom Grazyna Bacewicz, Chopin, Paderewski.
Gehoord: 26 juli 2025 Chopin Festival 2025, Kasteel Oud Poelgeest, Oegstgeest. Door Michael Klier
Zomer is festivaltijd. Ik woon in Oegstgeest. En ja, ook hier, op steenworpafstand van ons huis, strijkt de karavaan neer. Het plaatselijk kasteel herbergde dit weekend het jaarlijkse festival van de Chopin Stichting Nederland. De Stichting maakt deel uit van de International Federation of Chopin Societies (Warschau-Parijs-Wenen), die in 1985 is opgericht en waarvan momenteel 36 organisaties, over de hele wereld verspreid, lid zijn.

De Poolse pianist en dirigent Michal Szymanowski was hier zaterdagavond te gast met een perfect op elkaar afgestemd puur Pools programma. Voor de eerste helft had hij vijf werken van Chopin voorbereid. Zijn recital begon hij met het bloedmooie Nocturne op. 27 No. 2. Met zijn rondo-achtige vorm was dit melancholische ‘nachtstuk’ een ideale introductie om in de oer-romantische klankwereld van Chopin te duiken.
Szymanowski liet hierop zonder pauze het Scherzo Nr 2 op. 31 volgen. Het korte openingsmotief, twee keer hetzelfde zacht naar boven gebroken akkoord, klonk als een ongeduldige vraag. Het antwoord kwam fortissimo, als bijna bruut geweld. Szymanowski speelde fijnbesnaard ingetogen en tegelijk ook krachtig expressief. Hij wist zijn spel op de Steinway B vleugel perfect aan te passen aan de antieke tuinkamer van het kasteel. Robert Schumann vergeleek dit werk met een gedicht van Byron: “zo overlopend van tederheid, gedurfdheid, liefde en minachting”.

Zowel het gevoelige Prélude op. 45 alsook de wederom zonder onderbreking in elkaar overgaande Impromptu Op. 36 en de Barcarolle op. 60 speelde Szymanowski zeer geconcentreerd en met veel diepgang. In elk stuk wist hij de modulaties op een andere manier verrassend te laten klinken. Zijn virtuositeit gaf Chopins gevoelsmuziek echte flair zonder effectbejag. Door de open ramen kon men tegelijkertijd in de verte de bomen horen ruisen. Wat een bijzondere plek voor grote pianomuziek.
Na de pauze trakteerde Szymanowski het publiek op minder bekende Poolse componisten. Hij gaf nu ook korte toelichtingen. Hij opende met Lagune, Op. 36 van Ludomir Różycki (1883 – 1953). De fijnzinnig impressionistisch elkaar opjagende tooncascaden sloten perfect aan bij Chopins Barcarolle (Gondellied) van voor de pauze. Van de daarop volgende Sonata op. 21 van Ignacy Jan Paderewski (1860-1941) speelde hij alleen het tweede deel Andante ma non troppo. Het was zoals de pianist terecht uitlegde een op zich zelf staand muzikaal monument.

Met de Scheherazade uit Masks, Op. 34 No. 1 van zijn naamgenoot Karol Szymanowski (1882 – 1937)begon het moderne en meest spannende deel van de avond. Bij dit openingsstuk moest ik aan een schilderij van Feininger denken. Een kathedraal in de ochtendmist, alleen maar geschilderd met een kleurrijk geometrisch lijnenspel. Puur genot straalde nu vanachter de toetsen, de Poolse pianist was duidelijk in zijn element.

Van Grażyna Bacewicz (1909 – 1969) stond nu de tweede van haar Two Études (1955): Vivace op het programma. Szymanowski speelde deze voor het eerst voor publiek, maar niettemin uitstekend en meeslepend. Een echte verrassing was het slotstuk: de Toccata uit Toccate, Choral und Fuge (1955) van Miłosz Magin (1929 – 1999). Wie op dit moment nog geen fan was van deze veelzijdige pianist die werd het nu wel. Voor deze ruige pianistische achtbaan had Magin Chopins virtuoze loopjes gecombineerd met ingewikkelde jazzritmes en onregelmatige accenten. Mooier kan een recital niet eindigen!
Foto’s: Jeroen Gosse
De recensie verschijnt ook op https://denieuwemuze.nl/category/recensies/