+31 6 10435336 michael@musicwork.shop

KCO o.l.v. Jaap van Zweden. Leonidas Kavakos, viool. Programma: Annija Anna Zarina, Bloom, (wereldpremière), Erich Wolfgang Korngold, Vioolconcert D major, Op.35, Richard Wagner, Voorspel en Isoldens Liebestod uit Tristan und Isolde, Ottorino Respighi, Pini di Roma. Gehoord: 21 januari 2026, Concertgebouw, Amsterdam.              Door Michael Klier

Jaap van Zweden werd op 19-jarige leeftijd benoemd tot de jongste concertmeester ooit van het Koninklijk Concertgebouworkest (KCO) in Amsterdam, zijn geboortestad. Wie hem toen meegemaakte zal zich herinneren dat Van Zweden op deze plek niet alleen fantastisch aanvoerde en soleerde maar ook af en toe duidelijk hoorbaar brieste. Dertig jaar geleden begon hij zijn carrière als dirigent en is momenteel muziekdirecteur van het Seoul Philharmonic Orchestra en aangewezen muziekdirecteur van het Orchestre Philharmonique de Radio France. Gisteren stond hij met een geniaal programma voor zijn KCO. Van briesen geen spoor meer.

Wereldpremière Zarina

Het programma begon met een wereldpremière: Bloom (Bloei) van de jonge Letse componiste Annija Anna Zarina. Het kleurrijke stuk begon met zachte fluittrillers onderbroken door lange pauzes, die van Zweden nauwkeurig door dirigeerde. Daarna hadden de twee harpen een zacht onderonsje gevolgd door weer een doorgetelde stilte. Beetje bij beetje kwamen alle orkestgroepen met zachte snelle trillers aan de buurt. Vooral de slagwerkers met hun melodische instrumenten maakten het simplistische stuk spannend en effectief.  Nadat het hele orkest uitgetrilled was eindigde Bloom met een vleugje lucht.

Hollywoodcomponist Korngold

Het volgende werk was het vioolconcert op 35 van Erich Wolfgang Korngold. De Oostenrijker Korngold moest 90 jaar geleden voor de Nazi’s vluchten en werkte daarna succesvol als filmcomponist in Hollywood. Zijn vioolconcert componeerde hij tussen 1937 en 1939. Hij weigerde echter zijn concertmuziek te publiceren zolang het naziregime aan de macht was. Daarom ging het pas op 15 februari 1947 in première met Jascha Heifetz als solist.

De solist gisterenavond was Leonidas Kavakos. Sinds 2002 speelde Kavakos al meer dan 50 keer als solist met het KCO. Diens vlekkeloze techniek en zijn fabuleuze toon maken zijn concerten tot een unieke belevenis. Korngolds vioolconcert zit vol thema’s uit zijn bedwelmende filmmuziek. Kavakos zette de zoete hoge cantilenen met zijn bekend beeldende toon neer. Maar helaas waren sommige van de extreem hoge passages in het eerste deel Moderato nobile niet loepzuiver.

Loure

Korngold zelf zei over zijn vioolconcert dat het “meer voor een Caruso dan voor een Paganini was”. Desalniettemin is vooral het derde deel Allegro assai vivace zeer virtuoos. Kavakos wist er feilloos raad mee en overtuigde hier volledig. Maar het hoogtepunt van zijn optreden was de toegift: Bachs Loure uit de derde partita voor soloviool. Elke noot zat en raakte. In de twee herhalingen voegde Kavakos op improviserende wijze loopjes en versieringen toe: het was genieten van de eerste orde!

Noodlottige liefde

Na de pauze speelde het KCO Wagner. Zijn opera Tristan und Isolde is het verhaal van een noodlottige liefde. Van Zweden dirigeerde het Voorspel vanaf het fijne zachte begin in de celli tot aan het slot met verve. De strijkers produceerden een boterzacht geluid en klarinettist Carlos Ferreira soleerde adembenemend. Maar bovenal zat de dynamische opbouw, het opwellen en terugzinken van Wagners verslavende harmonieën meesterlijk in elkaar.

Liefdesverklaring aan Rome

Maar het beste moest nog komen: Respighi’s Pini di Roma, zijn kleurrijke liefdesverklaring aan Rome. 100 jaar geleden heeft Respighi zijn in 1924 voltooide vierdelige compositie zelf bij het KCO gedirigeerd! De Italiaanse componist haalde toen alles uit het orkest om de beelden op je netvlies te toveren. In het derde deel I pini del Gianicolo verrijkt hij de nachtelijke scène met een echte nachtegaal. Respighi vroeg om een specifieke grammofoonplaat te draaien, die in 1910 in Duitsland was opgenomen. Het was toen de allereerste commerciële opname van een levende vogel.

Overweldigende klankerupties

In het laatste deel beschrijft Respighi Romeinse legioenen die eropuit trekken. Hij schrijft voor de grote finale zes buccine – oude ronde trompetten voor. Deze werden nu vervangen door moderne bugels en trombones. Deze fantastische koperblazers stonden links en rechts boven aan de trap. Jaap van Zweden dirigeerde deze klankeruptie uitermate gedisciplineerd en gedreven. Zo wist hij het voltallige KCO en het publiek heerlijk te laten genieten van deze geweldige muziek.