+31 6 10435336 michael@musicwork.shop

KCO o.l.v. Iván Fischer, Mirella Hagen, sopraan, Olivia Vermeulen, mezzosopraan, Guy Braunstein, viool. Programma: Leonard Bernstein, Three Dance Episodes from On the Town, The Beatles/Guy Braunstein, Abbey Road Concerto (orkestratie Ljova), Antonín Dvořák, Moravische duetten op.38, 1,3,4 en Na tej našej střeše (‘Op ons dak’) (orkestratie Tibor Gátay), Bedrich Smetana, 3 delen uit Má vlast (Mijn vaderland): Z českých luhů a hájů (Uit Bohemens wouden en beemden), Šárka, Vltava (De Moldau).    Gehoord: 11 maart 2026, Concertgebouw, Amsterdam.   Door Michael Klier

Mijn moeder zong vroeger altijd slaapliedjes voor mijn zus en mij. Vaak bedelden we onze vader om dezelfde liedjes op zijn viool voor ons te spelen. Zo wilde de zoon van Violist Guy Braunstein graag dat zijn vader Beatles songs speelde. Maar hij had geen tijd om een arrangement te maken. ‘Toen de Covid-19-pandemie uitbrak, veranderde dit drastisch. Ik luisterde naar het volledige album Abbey Road en plotseling drong het tot me door: dit moet een vioolconcert worden!’

Beatles

Het dubbelalbum Abbey Road (1969) was het laatste album dat The Beatles hebben opgenomen. Voor het eerst stond op de voorkant de naam van de groep noch de titel, maar alleen die iconische foto op het zebrapad bij de ingang van de Abbey Road studio’s in Londen. Op deze plaat staat John Lennons beroemde song Because. Lennon gebruikte haast dezelfde harmonieën als Beethoven in zijn Mondschein Sonate,  die Lennons vrouw Yoko Ono, een klassiek geschoold pianiste, vaak voor hem speelde.  

Braunstein

Braunstein groeide op met Beethoven, Brahms en Tsjaikovski, maar luisterde als kind ook naar Ray Charles en Billy Joel. Vijftien jaar lang was hij concertmeester van de Berliner Philharmoniker. Bij zijn jongste optreden met het KCO deze week liet hij zich ook gelden als componist. In zijn concerto voor viool en orkest Abbey Road Concerto wisselt Braunstein zijn eigen composities (Intermezzos, Cadenza)af met virtuoze bewerkingen van hits zoals Come Together, Here Comes The Sun en I Want You. Het resultaat is zowel een Beatles potpourri als een klassiek stuk in de historische traditie van duivelsviolist Paganini.

Origineel programma

Het concertgebouworkest (KCO) begon het uitermate originele programma met Bernsteins Three Dance Episodes uit diens allereerste musical On the Town. Bernstein had al als kind voor zijn zus en broertje een eigen taal ontwikkeld. Niet veel later begon hij liedjes te schrijven die ze samen met vrienden in het ouderlijk huis konden uitvoeren. Vlak nadat hij in 1943 door een invalbeurt voor Bruno Walter over nacht als dirigent beroemd werd, schreef hij zijn eerste Broadway musical On the Town waarin ook zijn zus een rol kreeg. Het KCO onder leiding van Iván Fischer speelde hieruit Three Dance Episodes met een bedwelmende klank en meeslepende soli van trombone, trompet en klarinet.

Fischer

Wie Fischer alleen kent van het ijzeren klassieke repertoire keek zijn ogen uit! Al tijdens Bernstein danste deze grote dirigent met zichtbaar genoegen vóór zijn musici. Deze genoten eveneens van de Bluesharmonieën en  levendige swingende musical muziek. Maar ook in de ruim een half uur durende Beatlemania was hij in zijn element als bemiddelaar tussen de technische vioolhoogstandjes en het op lekkere poptunes zwijmelende orkest. Het Abbey Road Concerto is zeldzaam in zijn soort en met deze topbezetting zeker de moeite waard.

Tsjaikovski toegift

En toch: pas tijdens de toegift kwam de klasse van alle musici pas echt tot hun recht. Uit Tsjaikovski’s opera Jevgeni Onegin had Braunstein de aria van Lensky voor viool en orkest bewerkt. Daarmee speelde hij zich pas echt in de harten van zijn publiek. Braunstein bespeelt zijn viool met een toon die je doet zinderen van genot. Samen met het technische gemak waarmee hij loopjes en dubbele grepen eruit katapulteert, blijft hij een violist om niet snel te vergeten.  

Boheemse componisten

Na de pauze had Fischer opnieuw voor een bewerking gekozen: Dvořáks Moravische duetten op.38 met de waanzinnig mooie stemmen van Mirella Hagen, sopraan en Olivia Vermeulen, mezzosopraan dirigeerde hij afwisselend met de eveneens in jaren 70 van de vorige eeuw ontstaande delen van Smetana’s Má vlast (Mijn vaderland). Natuurlijk kwam De Moldau aan het fulminante eind van het programma!

Fischers creatieve afwisseling van Dvořáks verfijnde zangsoli met Smetana’s bombastische orkeststukken verdient zeker navolging.

Foto’s: lain Macmillan, Boaz Arad

De recensie verschijnt ook op https://denieuwemuze.nl/category/recensies/