Voces Suaves + Gli Incogniti. Programma: Dietrich Buxtehude, Membra Jesu Nostri, Triosonates BuxWV 271,272. Gehoord: 1 april 2026, Muziekgebouw, Amsterdam. Door Michael Klier
Dietrich Buxtehude was organist en componist. In 1668, hij was toen 31 jaar oud, aanvaardde hij zijn baan voor het leven in de Marienkirche in Lübeck. Tot aan zijn dood in 1707 vervulde Buxtehude deze functie zo succesvol dat de jonge Bach de lange weg (340 km) naar Lübeck gedeeltelijk lopend aflegde om diens muziek uit de eerste hand te leren kennen. Ook Händel reisde naar de Hanzestad om zich door de beroemde organist te laten inspireren. Naast zijn baanbrekende orgelwerken zijn er ongeveer 120 vocale werken in het Duits en het Latijn bewaard gebleven.
Mystieke beschouwingen

Als fijnbesnaarde overpeinzingen voor Goede Vrijdag schreef Buxtehude de cantatencyclus Membra Jesu Nostri, een werk voor zangsolisten, twee violen, violone, vijf viola da gamba’s en basso continuo. De titelpagina van de partituur onthult het jaar van ontstaan (1680) en de inhoud – waarin de ‘heiligste ledematen van onze lijdende Jezus in de nederigste verering van ganser harte worden bezongen.’ In de zeven cantates bezingen 5 zangers de gewonde ledematen van de gekruisigde Jezus: Ad pedes (Aan de voeten), Ad genua (Aan de knieën), Ad manus (Aan de hand), Ad latus (Aan de zijde), Ad pectus (Aan de borst), Ad cor (Aan het hart) en Ad faciem (Aan het gelaat).
Gli Incogniti

De avond begon met Buxtehude’s Triosonate in G majeur, BuxWV271. De twee violisten van Gli Incogniti, Amandine Beyer en Alba Roca brachten de afwisselende solo’s met virtuoze helderheid ten gehore, maar Beyers barokviool moest eerst nog op tempratuur komen. De Franse barokgroep bestaat al sinds 2006 en is vernoemd naar de Accademia degli Incogniti, een artistieke en academische kring uit het 17e-eeuwse Venetië. Ze delen met hun naamgever de voorliefde voor het onbekende in al zijn vormen, voor geluidsexperimenten, onderzoek naar nieuw repertoire, voor de herontdekking van de ‘klassiekers’ en van minder bekende meesterwerken.
Voces Suaves

Voor dit Buxtehude programma sloegen ze drie jaar geleden de handen in elkaar met het Zwitserse vocaal ensemble Voces Suaves. De twee heldere sopraanstemmen van Sara Jäggi en Christina Boner mengden gisteren in Amsterdam ideaal met het authentieke instrumentarium. Ook altus Jan Thomer profiteerde in zijn aria’s van de verfijnd zachte begeleiding van Ignacio Laguna Navarro, theorbe en Filipa Meneses, violone. Met maar twee van de in Buxtehude’s partituur vereiste 5 viola da gamba’s klonken de cantates over de ledematen van de gekruisigde even afwisselend als hartstochtelijk.
Passacaglia
Na de derde cantate klonk quasi als instrumentaal tussenspel Buxtehude’s Triosonate in a mineur, BuxWV272, een melancholieke compositie van sobere elegantie. Het mooiste moment van de avond ondervond ik in de passacaglia van dit werk. De passacaglia is een compositorisch hoogstandje ontstaan in de barok (1600-1750). Net als de chaconne staat deze compositie meestal in een driedelige maatsoort over een baslijn, die doorgaans eerst alleen klinkt en vervolgens tot het eind herhaald wordt. Hierover wordt uitbundig gesoleerd.

Beyer was ondertussen helemaal op dreef en speelde werkelijk ontroerend mooi. Haar stoktechniek en roekeloze loopjes maakten deze muzikale lekkernij tot een luisterbelevenis om nog lang van na te genieten.
Dat de grote Bach Buxtehude later als voorbeeld heeft genomen was na deze schitterende concertavond meer dan begrijpelijk.

Foto’s: Tatiana Couzis, Markus Raeber, Daniel Dittus,
De recensie verschijnt ook op https://denieuwemuze.nl/category/recensies/