KCO o.l.v. Thomas Adès. Solist: Yuja Wang, piano. Programma: Sergej Prokofiev, Pianoconcert nr. 2; Thomas Adès, Inferno ( deel 1 uit Dante, Nederlandse première). Gehoord: 12 december 2025, Concertgebouw, Amsterdam. Door Michael Klier
In 1913 was de wereld nog in orde. Het rommelde wellicht op Balkan en de Europese grootmachten lieten hun spierballen zien. Maar niemand had een idee over het helse inferno dat vanaf 28 juli 1914 los zou breken. Robert Musil beschreef in zijn grote roman over dit jaar (Der Mann ohne Eigenschaften) de moderne muziek als volgt: heel onbevredigend, maar vol van een opwindende andersheid.
Schandaal
Eind mei 1913 ging in Parijs Stravinskys Sacre in première. 3 maanden later speelde Prokofiev zijn tweede pianoconcert voor het eerst in een stadje in de buurt van Sint-Petersburg. Beide premières zorgden voor een schandaal. Het publiek was in rep en roer. Maar ook nu, meer dan 110 jaar later, is het pianoconcert een uitdaging voor solist en publiek. Het meer dan 30 minuten lange muziekspektakel is brutaal en wild, agressief en demonisch.

Magische aanslag
Afeglopen vrijdagavond zat sterpianiste Yuja Wang aan de vleugel bij het Concertgebouworkest (KCO). En je had je geen betere interprete kunnen voorstellen voor deze monsterlijk moeilijke partituur. Ze begon het Andantino één en al langzaam lyrisch. Met haar magische aanslag hield ze de inleiding zwevend tussen droom en werkelijkheid. Maar dit duurde maar even. In het Allegretto met zijn hoekige tempowisselingen domineerde ze met haar krachtige spel moeiteloos het voltallige orkest. Ondanks de energieke orkestbegeleiding gaf zij doorgaans duidelijk hoorbaar de toon aan.
Cadens
Aan het eind van dit eerste deel schreef Prokofiev een kei van een cadens. Ook hier begon Wang gevoelig zangerig en mysterieus. Maar al snel veranderde de stemming en begon ze op de toetsen te tieren en te razen. Er zijn geniale musici wiens prestaties zo bijzonder zijn dat je denkt aanwezig te zijn bij iets wat de werkelijkheid te boven gaat. Hoe kan Wang zo veel overweldigende klanken uit haar instrument halen. Hoe kan ze zo razend snel én precies op alle toetsen tegelijk zijn?

Adem te kort
En dit was pas het eerste deel. In het nu volgende Scherzo speelde Wang zo belachelijk vlug én beheerst dat je al luisterend adem te kort kwam. Dit virtuoze deel vloog jammer genoeg voorbij eer je er weet van had. Was het echt gebeurd? In het duister dreigende Intermezzo met zijn sarcastische ritmes speelde Wang met een zo meeslepende drive dat je het verlangen kreeg erop mee te willen dansen. In het Finale overweldigde Wang met gemak en onuitputtelijke kracht, waarmee ze de tot een infernaals hoogtepunt opkokende muziek vorm gaf.
Toegiften recital
Het publiek had al lang door dat het deel uitmaakte van een heel bijzonder concert. En Wang trakteerde ook nog op niet minder dan drie toegiften. Ze begon met de Mexicaanse Danzón nr. 2 van Arturo Marquez, in een pianoarrangement van LetitiaGómez-Tagle. Wat was dit een traktatie op zwoele Zuids-Amerikaanse dansmuziek! De zaal lag nu echt aan haar voeten. Hierop volgde het hoogromantische Lied ohne Worte in fis klein van Felix Mendelssohn Bartholdy. Wang toverde hier als een klankelfje. Direct daarna beëindigde ze haar pianistisch vuurwerk met de adembenemende pianotranscriptie van het tweede deel Allegro molto van het strijkkwartet nr. 8 van Dimitri Sjostakovitsj.

Dante
Na de pauze dirigeerde Thomas Adès zijn Inferno (uit Dante’s Divine Comedy) dat hij zes jaar geleden heeft geschreven. Het vormt het eerste deel van het ballet Dant,e dat een opdrachtcompositie was voor het Los Angeles Philharmonic, ter gelegenheid van diens honderdjarig bestaan. 5 jaar geleden zou Adès het werk al dirigeren tijdens zijn residency bij het Concertgebouworkest, maar corona stak toen daar een stokje voor. Vrijdagavond was nu eindelijk de Nederlandse première.
Stravinsky en Pergolesi
Honderd jaar geleden balanceerde Stravinsky op het snijvlak van compositie en bewerking. Adès roemt diens Pulcinella als voorbeeld: het klinkt als Giovanni Battista Pergolesi (1710-1736), maar er gebeurt tegelijkertijd iets anders met die muziek. ‘Ik neem aan dat hij gedacht heeft: wat zou nu in 1920 een productieve, creatieve richting zijn, iets wat er momenteel niet is? Alsof er nog iets in de pan zit dat je nog kunt gebruiken. Dat is ongeveer wat ik met Inferno ook gedaan heb.

Adès en Liszt
Inferno is een muzikale reis langs 13 stations uit Dante’s literaire meesterwerk. Het KCO begon met orgelachtige klanken. Liszt, Johann Strauss en Moessorgski zijn maar enkele van de componisten die je tijdens deze vermakelijke reis tegenkomt. ‘Het is mijn taak om het orkest te laten vliegen.’ Adès is daar zeker in geslaagd!

Foto’s: Milagro Elstak
De recensie verschijnt ook op https://denieuwemuze.nl/category/recensies/