+31 6 10435336 michael@musicwork.shop

RFO o.l.v. Bar Avni. Isata Kanneh-Mason, piano. Programma: Rachmaninoff Pianoconcert nr 3; Prokofiev Rêves op 6; Huang Ruo The butterfly exchange; Ravel La valse. Gehoord: 1 november 2025, NTR ZaterdagMatinee, Concertgebouw Amsterdam.           Door Michael Klier  

Een half jaar geleden maakte ik voor het eerst kennis met Huang Ruo en zijn werk. Hij dirigeerde toen Between two lights in Amsterdam https://musicwork.shop/allemaal-anders-huang-ruos-koorinstallatie-over-het-sterven/ . Zijn opera is een indrukwekkend stuk muziektheater over het sterven. Ruo vertelde toen dat hij het idee hiervoor kreeg toen hij tijdens de corona-epidemie naar China reisde om zijn stervende moeder nog te zien. Maar hij kwam te laat door de wekenlange verplichte quarantaine.

Amerikaans

Ruo leeft in de VS en was vroeger een folkrockzanger en auteur, die klassieke Chinese Folk Songs publiceerde. Zijn componeren is beïnvloed door zowel traditionele Chinese muziek als door westerse avant-garde, maar ook rock en jazz. Afgelopen zaterdag ging bij de NTR ZaterdagMatinee het in 20202 geschreven orkestwerk The butterfly exchange in (Europese) première. Dit gebeurde door de pandemie met een vertraging van 5 jaar.

Taoïsme

In The butterfly exchange verkent Ruo de grenzen van realiteit en illusie. Het werk is geïnspireerd op de Vlinderdroom geschreven door de taoïstische filosoof Zhuangzi (369–286 v.Chr.): “Er was eens een man, Zhuangzi, die droomde dat hij een vlinder was, die heen en weer fladderde, in alle opzichten een vlinder. Ik was me alleen bewust van mijn geluk als vlinder en wist niet dat ik Zhuangzi was. Al snel werd ik wakker en was ik weer helemaal mezelf. Nu weet ik niet of ik toen een man was die droomde dat ik een vlinder was, of dat ik nu een vlinder ben die droomt dat ik een man ben.”

Derde cultuur

In de inleiding vertelde Ruo dat hij als Chinees die in de VS leeft een derde cultuur creëert. The butterfly exchange is samen gezet uit steeds dezelfde contrasterende delen. Het stuk begint met een harde klap en explosie van het hele orkest waarna plotseling de toon e in zacht zwevende herhaling van het strijkorkest de tijd laat stil staan. De uitstekend spelende houtblazers en hoorns van het Radio Filharmonisch Orkest (RFO) verstrengelden vervolgens hun opstijgende kwinten steeds harder wordend naar een volgende klap. Waarna de toonherhaling opnieuw begon.

Minimalistisch

Geheel volgens de traditie van de minimal music was de ontwikkeling van Ruo’s klankvelden voorspelbaar. Harmonisch en melodisch veranderde er weinig. Ruo gegenereerde muzikale spanning door kleine variaties in ritme en instrumentatie. De trompetten kwetterden a la Coplands Fanfare, de begeleiding van de strijkers varieerde volgens Adams Harmoinielehre. Na de zoveelste harde klap voegde zich het tikken van een woodblock bij de toonherhalingen. Harde en zachte klankvelden volgden elkaar nu steeds sneller op.

Trance

In een volgende sectie verschoof de strijkersnoot van een e naar een fis. De blazers berustten in sfeervolle toonwisselingen waaronder de violen melodietjes sponnen. De sfeer werd nog lieflijker. De uitbarstende klap veranderde vanaf nu in een iets langere klankeruptie. Vooral de contrabassen deden hier met grote uithalen aan mee. Zo kletterde klankgolf naar klankgolf de zaal in en liet het publiek in een tranceachtig luisteren verzinken.

Opstijgend vliegtuig

De verstorend zachte stem van een stewardess uit twee onder het podium verstopte speakers verstoorde de hallucinerende werking na 20 minuten. Het stuk eindigde met het steeds harder wordende geluid van vliegtuigmotoren. Ruo legde uit: “We droomden in coronatijd van andere plekken maar we konden geen kant op.” Zo gaf de componist met het oeroude taoïstische verhaal een nieuwe dimensie aan de toenmalige pandemiebeperkingen.

Prokofiev

Met de korte compositie Rêves opus 6 van Sergej Prokofiev had het RFO een echte verrassing in petto. Het stuk is even onbekend als mooi met een grote bezetting van o.a. 6 horens en laatromantisch dromerige sfeer. De RFO-musici zaten zichtbaar van hun noten te genieten en ook dirigente Bar Avni was hierbij met haar precieze slag op haar best. Ze liet het orkest opbloeien met dit studentenwerk van Prokofiev uit 1910.

Rachmaninov

Rachmaninoffs  Derde Pianoconcert opus 30  was een jaar eerder geschreven. De solopartij is zeer veeleisend. Helaas was de Britse soliste Isata Kanneh-Mason vooral in het eerste deel bij sommige passages amper te horen. Ze speelde de zangerige melodielijnen gepassioneerd en het virtuoze loopjeswerk technisch zuiver. Maar het geheel leverde helaas een weinig meeslepende interpretatie op. Pas in haar charmant gespeelde toegift, het Prelude Op 12 Nr. 7  van Prokofiev kwam haar muzikaliteit volledig tot haar recht.

Ravel

Het concert eindigde met La valse van Maurice Ravel. Ravel schreef het werk in 1920 oorspronkelijk voor het in Parijs gevestigde Ballet Russe. Maar opdrachtgever Sergei Diaghilev zag het toen niet zitten om op deze onstuimige compositie een ballet te maken. Avni had voor haar interpretatie misschien te veel rekening gehouden met een doorgaand ritme zoals het normaalgesproken van balletmuziek verwacht wordt. Haar versie van de ‘deconstructie van de Weense wals’ kende ondanks het prachtig spelende RFO helaas weinig echt bekorende momenten.

Foto’s: Hey Tomek

De recensie verschijnt ook op https://denieuwemuze.nl/category/recensies/